Als de leerstelligheid verdampt

Waarom blijft mindfulness zonder boeddhisme aan de oppervlakte? Kanttekeningen bij een artikel in de New York Times

In de New York Times stond dezer dagen het artikel ‘Mindfulness Requires Practice and Purpose’ (22 maart 2013).

mindfulness_nytimesDe link naar het artikel kwam voorbij op Facebook. In een reactie schreef ik erbij: “What I think is missing, is that mindfulness not only requires practice, it requires buddhism as well. Without buddhism as a context for practice, one will not reap the full benefits of mindfulness.”

Het aardige van Facebook is dat wie de bal kaatst, hem (soms) kan terug verwachten. Een dag later kwam een vraag van Mark Bridges, mij verder niet bekend: “What part of Buddhism do you feel is necessary? The practical psychological concepts, or the ritual and reincarnation?”

Mijn antwoord: “Dependent origination, not clinging to what is not self, the four noble truths and the eightfold path. Mindfulness practice without these core buddhist teachings may well prolong suffering or offer temporary, superficial relief only, and not start the journey to end it once and for all.”

Kijk, zo’n vraag nodigt je uit om je nader te verklaren wat je precies bedoelt en dus te reflecteren op je positie. Ik heb mijn antwoord zorgvuldig geformuleerd. Voorwaardelijk ontstaan is dé conditio sine qua non van de leer van de Boeddha. Alles heeft voorwaarden, iedere bewustzijnservaring is contingent. Of dit reïncarnatie impliceert (de vraag van Mark), heb ik voor het gemak in het midden gelaten. Ik heb daar wel ideeën over, maar deze lenen zich niet voor het korte bestek van Facebook.

Geforceerd
Niet gehecht zijn aan wat niet-zelf is, is de taal van de Boeddha. De vraag is of je de stelligheid waarmee het latere boeddhisme het bestaan van een zelf als zodanig categorisch ging ontkennen, wel in overeenstemming kunt brengen met de uitlatingen die aan de Boeddha worden toegeschreven in de Pali Canon. In zekere zin maakt dit niet heel veel uit omdat theoretiseren over deze vraag (evenals over die van de reïncarnatie) ons zou voeren naar het rijk van de speculatie. Maar bijvoorbeeld voor de praktijk van de meditatie kan het relativeren van de leerstelligheid van het niet-zelf wel degelijk uitmaken. Het kan ons ervoor behoeden te proberen op een geforceerde manier ‘leegte’ (sunyata) te beleven.

Aandachtsmeditatie (mindfulness) zonder boeddhisme is niet zinloos. Het kan je rust en ontspanning brengen en het kan een zaadje zaaien om wél verder te gaan op een pad van spiritueel onderzoek. Maar wanneer je in mindfulness tijdelijke verlichting zoekt van stress en er niet de onderliggende oorzaken van adresseert, dan laat je een kans liggen op een fundamentele transformatie.

Gelijkwaardig
Daar komt voor mij boeddhisme om de hoek kijken. Het maakt mij in wezen niet uit welke vorm van boeddhisme. Andere spirituele tradities kunnen hieraan gelijkwaardig zijn. Ik ben er niet zo zeker van dat boeddhisme een patent heeft op het gelijk. Het biedt voor mij een weg, maar anderen kunnen zich zeer wel beter vinden in een andere weg.

Hoe langer je je met deze dingen bezighoudt, des te meer ga je door de leer en de wijze van beoefening heen kijken. Niet dat er geen verschillen zijn, niet dat woorden geen betekenis hebben. De betekenis van woorden is echter contekst-gebonden en de verschillen worden groot als je ze groot maakt. Als je alles probeert te verstaan in de fluïditeit van de werkelijkheid, als je er de patronen bij betrekt waarin de menselijke ervaring zich zoekend en tastend uitdrukt, dan is er veel meer gemeenschappelijke grond en verdampt de meeste leerstelligheid.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s