Het verdunde boeddhisme van de Dalai Lama

Wat is de waarde van liefde, mededogen, geduld, verdraagzaamheid en vergeving wanneer deze niet zijn verankerd in de concreetheid van de dharma maar in een sociaal-wenselijke abstractie als ‘universele religie’?

mcmahan_buddhist_modernismHet bezoek van de Dalai Lama aan Nederland is weer voorbij. Dit bezoek, schrijft het Boeddhistisch Dagblad op zondag 11 mei, “staat in het teken van mededogen en het ontwikkelen van ethisch besef en handelen in een seculiere wereld.” Ik heb het van een afstand gevolgd.

Het genoemde artikel vervolgt met een citaat van de Dalai Lama: “Alle grote wereldreligies benadrukken liefde, mededogen, geduld, verdraagzaamheid en vergeving en bevorderen innerlijke waarden. Maar in de wereld van vandaag is ethiek gegrond op religie niet langer afdoende. Daarom raak ik er steeds meer van overtuigd dat het tijd is om een nieuwe manier van denken te vinden over spiritualiteit en ethiek, die verder reikt dan religie alleen.”

Moderniseren
Ter gelegenheid van het bezoek van de Dalai Lama aan Nederland plaatst het Boeddhistisch Dagblad opnieuw een recensie van zijn vorig jaar in vertaling verschenen boek Vrij van religie. “Een pleidooi voor vrede, compassie en welzijn. Zeer geschikt voor artsen, hulpverleners, onderwijspersoneel en milieuactivisten. Liefde en compassie kan gezien worden als een Universele Religie. Een boek voor mensen die de handen uit de mouwen willen steken,” zo wordt de boekbespreking aangekondigd.

Voor € 8,99 download ik deze Nederlandse editie uit de iTunes store van Apple. Wanneer ik het uit heb, herlees ik een boek dat ik eerder op deze plaats noemde, The Making of Buddhist Modernism door de historicus David McMahan (2008).

The Making of Buddhist Modernism is een confronterend boek dat schreeuwt om vertaling in het Nederlands. Het analyseert ragfijn hoe het boeddhisme vanaf de achttiende eeuw is aangepast aan de smaak van een westers publiek, vaak overigens door Aziatische hervormers die de boeddhistische tradities die ze kenden, wilden moderniseren. Door de wederzijdse beïnvloeding van Oost en West is in veel gevallen de mogelijkheid komen te vervallen om Aziatisch boeddhisme als maatstaf van oorspronkelijkheid te hanteren. Het proces van modernisering heeft zo ongeveer alle boeddhisme hybride gemaakt.

Geloofssystemen
Ook de veertiende Dalai Lama figureert regelmatig in het boek van McMahan als een Aziatische hervormer. Hij versnijdt de traditie en biedt deze op maat aan in het Westen. Hij zoekt aansluiting bij de denkbeweging die universele waarden benadrukt en toont zich geïnteresseerd in een combinatie van boeddhisme met wetenschappelijk rationalisme. McMahan maakt op grond van een studie van de bronnen een reconstructie van de receptie van het boeddhisme in het Westen. Hij onthoudt zich van een oordeel over de vraag in hoeverre de dharma verwatert. Dat is een vraag voor boeddhisten zelf.

Juist daarom lees ik Vrij van religie met een bijzondere belangstelling. Wat betoogt de Dalai Lama hier precies? Ik citeer opnieuw het Boeddhistisch Dagblad: “Hij signaleert dat religie niet meer gewaardeerd wordt in deze tijd en dat door de toenemende globalisering en de multiculturele samenlevingen we meer van elkaar onderling afhankelijk zijn geworden. Met zoveel traditionele, op zichzelf gerichte geloofssystemen zal een religie-gebaseerde benadering van ethiek nooit universeel kunnen worden.”

Kleingeestigheid
Bedoelt de Dalai Lama nu dat je in een sangha met elkaar verbinden om de dharma te volgen, een vorm is van een traditioneel, op zichzelf gericht geloofssysteem, een religie-gebaseerde benadering waardoor ethiek nooit universeel zal kunnen worden? Op grond van eerdere boeken van zijn hand heb ik moeite dit te geloven, maar als je Vrij van religie los leest, is hij hierover verre van duidelijk.

Het verschil tussen seculier en religieus wordt hierin door hem geponeerd, maar niet onderbouwd. Hij wil zich niet afzetten tegen religie als zodanig, zegt hij, maar tegen de kleingeestigheid ervan. Er zijn goede voorbeelden te geven van kleingeestig boeddhisme, maar ook van boeddhisten die met elkaar in sangha’s beoefenen zonder dat ik dit een op zichzelf gericht geloofssysteem zou durven noemen.

Dit laat de deur wagenwijd open voor een andere belangrijke vraag: wat is de waarde van liefde, mededogen, geduld, verdraagzaamheid en vergeving wanneer deze niet zijn verankerd in de concreetheid van de dharma maar in een sociaal-wenselijke abstractie als ‘universele religie’? Waarom biedt de Dalai Lama in het tweede deel van Vrij van religie mindfulness aan als een vorm van zelfhulp en niet in de context van Boeddha, Dharma en Sangha?

Je kunt, zoals de Dalai Lama doet, de mensheid willen helpen met het aanreiken van innerlijke waarden om een dam op te werpen tegen de vernietigingsdrang van het materialisme. Maar een beroep op universele waarden en zelfhulp als methode kan zijn doel voorbijschieten en individualisme juist versterken, waarschuwt McMahan mijns inziens terecht in The Making of Buddhist Modernism.

Verborgen gehechtheden
Wanneer ik in het Boeddhistisch Dagblad dan lees dat de Dalai Lama in Nederland aan duizenden volgelingen in Ahoy een dharmales heeft gegeven, raak ik de draad even kwijt. Niet dharma? Wel dharma? Heeft de Dalai Lama een gesegmenteerd doelgroepenbeleid, een boodschap voor het algemene publiek en een voor de trouwe achterban?

Wat zich hier opdringt is een vraag naar de betekenis van dharma en traditie. Soms enigszins tot mijn verbazing ontdek ik bij mijzelf de neiging om juist in de traditie op zoek te gaan naar voeding voor de kiemen van bevrijding. Zeker wanneer ik The Making of Buddhist Modernism herlees en me bewust word van de verborgen gehechtheden van eigentijds wensdenken, dan ga ik snel te rade bij Dogen en Bassui, bij de Pali Canon en de mahayanasutra’s, en probeer ik me daardoor vervreemd te laten raken van het eigene. Je kunt traditie ook zo benaderbaar maken dat je niet verzeild raakt in een op zichzelf gericht geloofssysteem.

De Dalai Lama, die zichzelf in Vrij van religie omschrijft als een Tibetaanse mahayanaboeddhist, is ook vertrouwd met deze bronnen. Voor een deel heeft hij onberispelijke boeddhistische credentials en voor een deel vertegenwoordigt hij naar mijn smaak een te sterk verdund boeddhisme dat de zaak van de dharma in het Westen geen goed doet. Door zijn levensverhaal kun je invoelen waar zijn prijzenswaardige inzet voor wederzijds begrip en gerechtigheid door is ingegeven. Maar ik zou liever zien dat hij de dharma in al zijn uitingen vooropstelt.

Missionaire drang
De hele geschiedenis van het boeddhisme is een hinkstapsprong waarbij regelmatig een achterwaartse beweging wordt gemaakt om het dharmagehalte van bestaande tradities te herijken. De gefaseerde receptie van de dharma in China in de eeuwen na het begin van onze jaartelling laat zien hoe lang het incubatieproces kan duren en hoe grillig dit kan verlopen.

We leven nu in een periode waarin boeddhisme mede dankzij de Dalai Lama en zijn tijdgenoten in het Westen uitwaaiert. Er ontstaat welkome vernieuwing, maar er worden ook concessies gedaan aan de dharma. Laten we onze beoefening niet klakkeloos overnemen van onze leraren, maar de leer en onszelf steeds kritisch toetsen aan de traditie.

Zolang je de dharma leeft en uitdraagt zonder je op te sluiten in een op zichzelf gericht geloofssysteem, heeft het boeddhisme de wereld wat te zeggen over de mogelijkheid van bevrijding. Boeddhisten gaan door voor de eerste missionarissen in de geschiedenis. Waarom niet iets meer missionaire drang in onze eigen tijd? Ik zou in dit opzicht in ieder geval van een hiervoor goed gepositioneerde boeddhist als de Dalai Lama meer verwachten.

Nawoord: Mijn artikelen maken regelmatig discussie los. Van die discussie leer ik altijd veel. Twee lessen staan mij bij van de discussie in het Boeddhistisch Dagblad over dit artikel. Ten eerste dat de Dalai Lama vanuit zijn achtergrond de wereld tegemoet treedt met een referentiekader dat niet een op een aansluit bij de vragen waarmee wij in het westerse boeddhisme bezig zijn. Ten tweede dat hij met zijn pleidooi voor een algemene religie van compassie een groots perspectief vertegenwoordigt dat mijn kritische kanttekeningen bij zijn bezoek aan Nederland verre overstijgt. Waarvan graag acte.

7 gedachten over “Het verdunde boeddhisme van de Dalai Lama”

  1. Dank dat je dit artikel geschreven hebt.
    Nu komt de denk-duikelaar in mij weer even tot stilstand.
    Vindt even de balans van de essentie terug.
    Het duikelen/alle kanten op zal altijd blijven.
    Slechts in het toegeven het niet-te-weten komt de stilte in mij terug.
    Jouw artikel hielp mij in dit proces.
    Dank je Jules.

    Like

  2. Dank voor je overdenking. Kanttekening vind ik het onderscheid dat de Dalai Lama maakt tussen je eigen unieke weg, waarbij de Dharma en Sangha hun waardevolle plek houden, alsook het Chistelijke pad of Islam… Mondiaal helpt het om seculier universele waarden na te streven om onze onderlinge afhankelijkheid te ondersteunen door een verbinde ethiek. Zijn boodschap hoor ik vooral als en-en, op weg naar een mondiale ethiek mét duizend unieke wegen. Ik vind dit verfrissend en hoopvol.

    Like

  3. De spanning die je signaleert, wordt opgeroepen doordat in de dalai lama twee ongelijksoortige geloofssystemen om voorrang strijden. Zijn persoonlijke beoefening van het boeddhisme is in vrijwel ieder opzicht (ultra-)orthodox. Zijn eigen boeddhisme is een gesloten systeem. Hij geeft daarop in het Westen sporadisch zicht, maar er is meer dan genoeg bekend om een samenhangend beeld op te maken.

    Tijdens optredens in het Westen verwoordt de dalai lama een veel opener, modernere visie op de betekenis van het boeddhisme in deze tijd. Maar, zijn opmerkingen daarover zijn zo algemeen dat er voor de meeste boeddhisten nauwelijks iets uit op te maken valt. Tegenover westerlingen beperkt de dalai lama zich steeds meer tot gemeenplaatsen over het belang van vriendelijkheid, mededogen, ethiek enzovoorts. Welke consequenties zijn opmerkingen over seculiere ethiek of zijn relativering over het belang van rituelen en meditatie—bijvoorbeeld—voor zijn persoonlijke beoefening hebben blijft onduidelijk. Bovendien, af en toe glipt er iets orthodox doorheen, en dat leidt bij zijn publiek vaak tot verwarring.

    De dalai lama rekent het niet tot zijn taak zich tegenover boeddhistische bekeerlingen ongevraagd uit te laten over de receptie van het boeddhisme in de westerse cultuur en samenleving. Boeddhistische bekeerlingen in zijn entourage rekenen het niet tot hun taak de dalai lama in situaties te plaatsen waarin hem naar die receptie van boeddhisme kan worden gevraagd. Sterker, dat soort situaties mijden zij stelselmatig. Ik vermoed dat zij denken dat die receptie hen spontaan zal overkomen, zonder dat zij daarin een actieve rol spelen. Daarmee verraden ze een diepe misvatting, denk ik.

    Je moet je ook goed realiseren dat de dalai lama niet in staat is een boek als dat van McMahan te lezen, laat staan de inzichten daaruit adequaat te verwerken. Daarbij speelt niet alleen het taalprobleem een rol, ook McMahans begrippenapparaat (en het jouwe) is de dalai lama volkomen vreemd. Laat je ook niet misleiden door boeken als ‘Vrij van religie’ of ‘Het universum in een enkel atoom’: hij is daarvan niet de ‘auteur’ in onze zin van het woord.

    Over deze en andere zaken schreef ik zelf het essay ‘De dalai lama in Nederland: Meer geliefd dan gekend’:

    http://www.robhogendoorn.nl/portfolio/de-dalai-lama-in-nederland-meer-geliefd-dan-gekend/

    Over de retoriek van de dalai lama in het Westen schreef ik een opiniestuk, ‘Geshe Tenzin Gyatso’:

    http://www.robhogendoorn.nl/portfolio/geshe-tenzin-gyatso/

    Like

  4. Ik heb zojuist onder enige huishoudelijk werk nog even de Dalai Lama’s lezing
    nageluisterd/bekeken.

    Onder enig huishoudelijk werk wederom de lezing van de Dalai lama in Ahoy beluisterd.

    Eigenlijk heeft Jules Prast ditmaal volkomen gelijk; e.e.a. is flinterdun.
    Het blijft een leuk theaterstuk,- dat wel natuurlijk.

    En verder; – misschien op enkele vragen enige boeddhistische antwoorden,
    – enige inhoudelijkheid.
    Maar dat zijn voor de bekenden de immer stereotype antwoorden.

    T.a.v. de Shugden affaire is het enige wat hij zegt dat hij de aanbidding
    van een “evil spirit” verbiedt en dat de Shugden aanhangers maar de 4 eeuwen geschiedenis moeten bestuderen om e.e.a. beter te kunnen begrijpen.

    Voor de rest is het enige wat hij actueel nieuw zegt;
    – de categorisering van de bedreigende globale problemen.

    1) Milieu; global warming
    2) economische crisis
    3) corruptie/ inkomensongelijkheid.

    En dan;
    De onderbouwing waarom en hoe ethiek beyond religion zou moeten plaats vinden, -gevestigd zou kunnen worden- en vooral hoe als e.e.a. door educatie zou moeten plaatsvinden, – het blijft schrijnend ontbrekend.

    Dit des te meer daar hij bij een van de slotvragen de daarnaar vragende
    dame eigenlijk met een beschamend kluitje het riet in stuurt.
    Want hij zegt;
    “Ga maar naar India, daar kan je het zien..”.
    Afgezien dat het antwoord niet klopt, immers daar is de staat natuurlijk een niet religieuze koepel, – maar daaronder gaan juist de vele Indiase religies schuil die allen op hun eigen wijze hun ethiek disciplineren.
    Er is dus in India nauwelijks sprake van ethiek op seculiere basis?

    Derhalve is de wijze waarop hij de dame “beantwoord” dus gewoon bedenkelijk’.
    Het is des te bedenkelijker als hij verkondigt dat ze het maar gewoon in haar eigen leven moet uitproberen.
    Dat zijn geen fatsoenlijke antwoorden, zeker niet als deze juist de kern van zijn betoog raken, -immers ethics/moral beyond religion;
    dan getuigd de wijze waarop hij de dame afkapt en het inhoudelijk gebrek gewoon van botheid.
    Over fatsoen gesproken?

    Immers; beweren dat je morele principes in het onderwijs zou moeten
    disciplineren, dat is niets nieuws, dat lijkt mij een open deur.
    De stelling dat onderwijs nu meer geleid word door materiele belangen dan morele principes; idem dito.

    Afgezien dat ik mij afvraag of dat nu een antwoord moet zijn (ik geloof daar minder in), hoe ziet de Dalai Lama dat dan?
    De roe en de lijfstraffen terug? De leraar als disciplinerende autoriteit?
    Kinderen, -net als hij-, op twee jarige leeftijd bij de ouders weg en gedrild laten worden in een strak scholastisch educatief disciplinerend systeem?

    Kortom; welke pedagogiek staat de Dalai Lama dan voor?
    Zoals nu gebracht lijkt het een al te gemakkelijk marketing concept,
    – iets letterlijk voor de Bühne…
    Een poging om het seculiere westerse publiek al te gemakkelijk te willen
    bereiken?

    En natuurlijk heb ik zijn boek hierover nog niet kunnen lezen,
    maar als de nadere uitleg ex cathedra reeds zo bruuskerend en zonder ook maar enige indicatie plaatsvindt??
    Maar ik heb begrepen dat hij in zijn boek in zijn seculiere benadering weer allerlei meditaties vervat;
    Tsja,- seculier of religieus-, dat wordt dan een marketing taalspel, net naar gelang je aan het begrip invulling wenst te geven?
    Immers, als je de facto iets seculier noemt om de weerstand tegen religie te willen omzeilen maar de facto weer allerlei meditatie oefeningen vanuit de religieuze context wens te bedrijven?
    Het was/is ook het succes van mindfulness, wellicht wil de Dalai Lama daar verder op preluderen?
    Gemakkelijk al te gemakkelijk?

    Seculier willen zijn? Dat zou dan ook moeten gelden voor de hiërarchische en dogmatische Oosterse benadering, waarbij vele Boeddhistische leraren vinden dat hun leerlingen zich veelal maar al te dociel in moeten willen scharen? Niet in het minst bij de Gelugpa’s?

    Overigens vind ik dat ethiek weldegelijk in religie gefundeerd zou moeten worden, niet alleen m.b.v. voorschriften van buiten af, maar bovenal door innerlijke ervaring van binnenuit.
    Een innerlijke ervaring die meditatie zou moeten bewerkstellingen.
    Zodat het religie inde juist zin van het woord wordt religaere= verbinding.
    Maar dat vergt een ander betoog, vrees ik.

    En als het dan toch seculier moet , een idee hoe heb ik wel, misschien een richting waarnaar de Dalai Lama
    denkt, – zie Henk Oosterlings Project in de probleem wijken in R’dam
    zuid…maar daar is hij al lang mee bezig, daar heeft hij de Dalai Lama niet (meer) voor nodig…
    Daar geeft hij allang praktische invulling aan.

    http://www.socialevraagstukken.nl/site/interview/henk-oosterling-van-rotterdam-vakmanstad-niet-chillen-maar-eco-sociaal-skillen/

    Eric M Stols.

    Like

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s