De menselijke maat

Mijmeringen over werken vanuit het ziekenhuis, waar je tegenwoordig espressobars hebt en stamtafels in de wachtruimte

antoniusstamtafel2.jpg
Sint Antonius, espressobar
De chauffeur van de regiotaxi (gesubsidieerd ziekenvervoer) wijs ik de koninklijke weg naar het Sint Antonius Ziekenhuis. Veel mensen kronkelen zich uit gewoonte nog langs de woonhuizen in de aangrenzende wijk, waar de voormalige hoofdingang nu voor auto’s is afgesloten. Alweer een paar jaar is er een aparte afrit die je rechtstreeks naar de parkeergarage en de huidige hoofdingang van het ziekenhuis brengt. Dit ontlast de woonwijk van het bestemmingsverkeer, hoor ik mezelf hardop zeggen, zonder te weten of dit inderdaad de bedoeling was van de nieuwe afrit. Er is zoveel wat ik nog niet weet over dit ziekenhuis.

Vandaag ben ik er voor mijn patiëntenvereniging. Met een van de specialisten ga ik overleggen over onderwerpen van gemeenschappelijk belang. De werkelijkheid ontwikkelt zich snel, heel snel, en dus is het goed dat je, arts en patiëntenvereniging, kort op de bal speelt, om elkaars tempo van verandering te kunnen bijbenen en in te spelen op elkaars agenda, ten behoeve van de belangenbehartiging voor de patiënt.

Een stukje van wat ik niet wist over ziekenhuizen, is de afgelopen jaren ingevuld geraakt door het kijkje in de keuken dat ik via de patiëntenvereniging krijg. De meeste mensen kennen hun medische specialisten in hoofdzaak van hun polispreekuur. Je denkt dan algauw: wat heeft mijn dokter het druk, druk, druk en zwaar, zwaar, zwaar. Dit beeld had ik eerlijk gezegd ook voordat ik, een jaar of drie geleden, wat kleine dingetjes ging doen binnen de patiëntenvereniging.

Sindsdien is dit beeld gekanteld. Ik lunch soms met artsen. Ik interview ze voor het kwartaalmagazine van de patiëntenvereniging. Ik overleg met ze in vergaderzaaltjes. Ik spreek en bevraag ze met al de nieuwsgierigheid die ik in mij heb. Hoe gaat het thuis? Ben je ook daar dokter, wanneer je kinderen ziek, zwak en misselijk zijn? Ja, vertelde een arts in een academisch ziekenhuis mij een keer, maar binnen zekere grenzen. Want als de kinderen van de dokter ziek zijn, dan moet je zorgen dat je niet, met de snelle professionele blik van je werk, iets over het hoofd zien wat er loos is met de patiënt, maar buiten jouw vakgebied valt.

antoniusstamtafel1.jpgArtsen hebben meer tijd dan je zou denken wanneer je ze alleen op hun spreekuur ziet. In een ziekenhuis hebben ze inderdaad spreekuur, maar hiervoor word je een of twee keer per week ingeroosterd en sommige weken helemaal niet. Je werktijd wordt verdeeld over blokken, waarin ook ruimte is voor de patiënten op de opname-afdeling, voor overleg, voor bijscholing, voor bestuurswerk, voor onderzoek en publicaties, voor bezoek aan medische conferenties, voor onderwijs en begeleiding en voor spreekbeurten tijdens bijeenkomsten van patïentenorganisaties. Heb je voor je patiëntenvereniging een arts nodig, dan meld je je bij zijn of haar assistent, of je stuurt de arts een mailtje of een sms-bericht. Zo kun je op korte termijn altijd een zakelijk overleg inplannen.

Vandaag in het Sint Antonius Ziekenhuis ben ik neergestreken in een van de gastenrestaurants die hier ook wel trendy espressobar heten. Sinds ik er lid ben geworden van de cliëntenraad, leer ik snel bij over dit ziekenhuis, maar de kunst is er desondanks altijd met vreemde ogen naar te blijven kijken, terwille van de patiënten die ik op eigen titel, zonder last en ruggespraak, vertegenwoordig. Mede daarom gebruik ik restaurants en wachtkamers nu ook als werkruimte.

Ik ben de enige overigens niet. Overal om je heen zie je mensen die op hun telefoons en tablets gebruikmaken van het WiFi-netwerk. Het zijn niet alleen patiënten, maar ook bezoekers die hier zitten voor een kopje koffie of thee. Maar sommigen lijken er echt te werken. Je ziet witte jassen vergaderen en leveranciers van medische systemen hun afspraken voorbereiden of juist evalueren. Ik zie het niet alleen, ik hoor het ook. Bijvoorbeeld wanneer mensen hardop in hun mobiele telefoon praten, dan blijkt dat ze hun werk meenemen naar het ziekenhuis waar ze later een afspraak bij de dokter hebben.

Ik heb altijd al bijzondere belangstelling gehad voor ziekenhuizen als biotoop. Moet ik een interview houden met een arts in een streekziekenhuis ergens in Nederland, dan kom ik bewust te vroeg, op tijd voor mijn afspraak dus, maar ook op tijd om mijn neus te steken in de sfeer van de organisatie. Een ziekenhuis is meer dan de optelsom van bakstenen, systemen en kennis en kunde. Het is een levend organisme met een eigen DNA-profiel en een voetafdruk die het achterlaat in de ziel van wie er ook komt, patiënt, medewerker of anderszins. In mijn artikelen probeer ik die sfeer altijd te tekenen zodat je niet alleen de figuur van de geïnterviewde naar voren laat treden, maar ook aandacht besteedt aan de context waarin deze opereert. Simon Carmiggelt schreef vanuit café’s, ik doe het vanuit ziekenhuizen.

antoniusstamtafel3.jpgWat ik doe is bijna participerende observatie (een sociaal-wetenschappelijke onderzoeksmethode), zij het dat ik niet actief deelneem aan de interactie in wachtkamers, zitjes in de gang en restaurants. Dit mede omdat ik kiesheid wil betrachten, en respect wil hebben voor de privacy waarop iedereen recht heeft die in een ziekenhuis rondloopt, in welke rol dan ook. Soms krijg je evenwel indrukken mee die mijn pen onmiddellijk in beweging brengen, zoals in het artikel ‘Een bloemetje bij het bed’ dat ik ooit vanuit de hal van het Sint Antonius Ziekenhuis zo vanaf de mobiele telefoon op mijn blog plaatste.

In het Sint Antonius leer ik alleen al van werken in wachtruimtes waar ik als patiënt nooit kom. Ik ben klant van longgeneeskunde, cardiologie en neurologie, van het bloedlab en de radiologie, maar daar houdt het wel zo’n beetje op. Pas heb ik een tijdje zitten werken bij de interne geneeskunde. Daar ontdekte ik tot mijn tevredenheid twee vergadertafels in de wachtruimte, waar bezoekers een tijdschrift kunnen lezen, of werken, of samen kletsen.

Alles van dit zag ik er gebeuren, totdat het stiller en stiller werd en er uiteindelijk een assistent vanachter een balie opstond om te vragen of deze verloren ziel misschien op een arts wachtte. Ze zijn zo vriendelijk hier; ik hoop als patiënt altijd dat dit bij alle schaalvergroting zo blijft, ik ken de massaliteit en de chaos die mij in andere ziekenhuizen soms heeft overspoeld. Gezelligheid is dan ook van groot belang. Het is, behalve de hoogspecialistische kundigheid van de artsen, vooral de menselijke maat die mij met het Sint Antonius verbindt. Zouden wachtkamers in het ziekenhuisconcept ooit een stamtafelfunctie kunnen vervullen?

Het wordt tijd voor mijn afspraak en ik moet eerst nog even wat buisjes bloed laten afnemen voor mijn periodieke controle die er binnenkort ook weer aankomt. In dit kader zal komende week ook mijn longfunctie weer getest worden. Mijn lezers zal ik op de hoogte blijven houden van mijn waarnemingen in Nederlandse ziekenhuizen. Thema’s te over. Verandering stapelt zich op verandering door de technische mogelijkheden, demografische trends en het politiek-maatschappelijke proces van vormgeven aan een betaalbare zorg, nu en in de toekomst.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s