Flauwvallen bij de huisarts

Verslag van een bewogen dagje. Inclusief een onverwacht bezoek aan het ziekenhuis.

De huisarts zit vier deuren verwijderd van onze voordeur. En toch ging het vandaag mis.

Op straat voelde ik me al niet lekker. Aan de balie kreeg ik op mijn verzoek een glas water. Daarmee kwam ik de wachtkamer binnen.

Misschien daarom draaiden de hoofden zich naar mij toe. Of was het omdat ik mij krampachtig vasthield aan een belendende stoel om niet om te vallen? “Wat ziet u er grauw uit,” hoorde ik vaag een vrouwenstem vanuit de verte zeggen.

De huisarts zag me onvast door de gang slingeren toen ik aan de beurt was. Het bezoek wilde ik, gezien mijn situatie, kort houden. Veel kon ik toch niet uitbrengen.

Maar de huisarts had andere plannen. Zij wilde eerst lichamelijk onderzoek doen. Mijn bloeddruk meten lukte aan de ene arm bij herhaling helemaal niet. Aan de andere kant registreerde ze na enkele pogingen twee maal kort achtereen zestig over veertig. Veel te laag; gevaarlijk laag. Toen werd alles even zwart.

Opeens lag ik op een behandeltafel. Samen met een assistente hield een andere huisarts mijn benen overeind, voeten hoog in de lucht. Meer bloed naar mijn hersenen! Een ambulance arriveerde. In de waas waarin ik verkeerde, leek het allemaal heel snel te gaan. Op de achtergrond hoorde ik mijn huisarts bellen met de cardioloog in het ziekenhuis.

Hups op een brancard, met infuus en hartmonitor en nog het een en ander. Toegedekt, ingesnoerd. Klaar voor de start en snel op pad met de ziekenauto, van Woerden naar Nieuwegein.

D129F59D-9853-40B3-886F-729F2D7E6072

Een dagje in het St. Antonius Ziekenhuis, te gast bij de afdeling hartbewaking. Bekend terrein. Een jonge bijna-arts (“nog drie weken”) die zich voorstelt met voornaam, achternaam en bijnaam, zet de toon en verlicht mijn dag. Nieuwsgierig. Empathisch. Initiatiefrijk. Responsief. In haar zie ik de dokter groeien die ze ooit gaat worden. Ze lijkt geboren voor het vak.

Het frustrerende is desondanks dat ze je op de hartbewaking wel vertellen wat je niet hebt (geen hartinfarct, geen problemen met je pacemaker), maar niet wat je wel hebt. Dat ze op je bed een thoraxfoto maken, en wel naar je hart kijken, maar niet naar je longen. Alsof er geen radioloog meekijkt en zijn waarnemingen aan de röntgenfoto toevoegt, ook over de status van de ziekteactiviteit in je longen. Nee, over drie dagen mag ik wéér naar hetzelfde ziekenhuis, om een reeds eerder geplande thoraxfoto te laten maken voor de longarts.

Aan de andere kant begrijp ik het allemaal ook wel. Met een verwijzing voor polibezoek bij mijn eigen cardioloog op zak (maar zonder de gebruikelijke ontslagbrief) word ik aan het einde van de dag naar huis gestuurd, in gezelschap van mijn vrouw en kinderen die om beurten de rolstoel door de ziekenhuisgangen voortduwen. Nadere analyse is specialistenwerk, op de poli, in alle rust. Daar is de hartbewaking niet op toegesneden.

Wat mijn cardioloog bij onze afspraak zeggen gaat, kan ik wel raden, denk ik. Al meer dan tien jaar heb ik last van ‘neurocardiogene syncope’ (aanvallen van flauwte), maar dit was de tweede keer dat ik echt finaal onderuit ging.

Neurocardiogeen betekent dat er in de samenwerking van hart en hersenen iets verkeerd gaat, waardoor onder andere je bloeddruk niet naar behoren wordt gereguleerd. Je vaten gaan open, het bloed zakt naar je benen en wordt niet snel genoeg teruggepompt naar je hersenen. Dan krijg je wat met een ander woord ook wel genoemd wordt een ‘vasovagale collaps’ (zie link onderaan dit artikel).

Het is een vorm van autonome dysfunctie of dysautonomie, zelf een uiting van dunne vezel neuropathie. Met dank aan mijn sarcoïdose, die in achtentwintig jaar alweer een spoor van verwoesting in mijn zenuwstelsel heeft achtergelaten.

5E2F4FB7-6C73-4FCB-B165-2D3C33D432BE

“Er is helaas niets aan te doen.” Echt niet? Want het maakt wel verschil of je dit een enkele keer hebt, of iedere keer dat je tien meter de straat op gaat. De afgelopen twee maanden is het steeds erger geworden. Ik kan niet meer zitten, niet meer staan en niet meer lopen zonder een man met een hamer tegen te komen.

Na een simpel telefoongesprek hap ik benauwd naar lucht (dyspneu). Als ik zoiets onschuldigs doe als de straat oversteken, moet ik me tegen een muur aan drukken of een paal omarmen om bij te komen. Dunne vezel neuropathie, dysautonomie, dyspneu, inspanningsintolerantie, het zijn allemaal symptomen van hetzelfde onderliggende ziektebeeld: chronische invaliderende sarcoïdose…

Klink ik te klaaglijk? Zeg dan maar gewoon: “Je bent een echte zenuwenlijder.” Dat is namelijk nog waar ook.


Meer lezen? Klik hier voor het artikel ‘De vasovagale reactie’ (uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1993).

10 gedachten over “Flauwvallen bij de huisarts”

  1. Nee, je klinkt verre van klaaglijk. Je beschrijft gewoon heel eerlijk hoe het is om steeds vaker die nare man met de hamer tegen te komen .Dat moet afschuwelijk voor je zijn, Jules. Ik stuur je heel veel licht en kracht, vergezeld van een lieve groet.

    Like

  2. Veel sterkte Jules – moeilijk om te lezen hoe jouw leven loopt (terwijl ik deze week nog onze oude bank maatjes Jochem Geert Robin sprak op een IR Awards avond, pff lekker belangrijk…!), maar ook mooi en knap dat en zoals je het deelt. En stiekem wel gewoon de beschouwer en virtuoze taaltovenaar blijven jij ‘zenuwenlijder’ :-)…. take care!

    Liked by 1 persoon

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s