Boeddhisme en meditatie

De leer van het boeddhisme heet de Dharma. Gautama Siddharta (ongeveer vijfde eeuw voor Christus) verwierf na een jarenlange spirituele zoektocht inzicht in een aantal waarheden die de kern van de Dharma vormen. Deze waarheden hebben betrekking op het lijden en de manier waarop mensen zich hiervan kunnen bevrijden.

Volgens een oud geloof in het boeddhisme kan de Dharma in elke tijd en elk land een vorm aannemen die overeenkomt met de ontvankelijkheid en het begripsvermogen van mensen. Zo is verspreid over Azië in de loop van vele eeuwen een breed scala ontstaan van stromingen en scholen die hun gemeenschappelijke inspiratie in de Dharma vinden.

Koloniale bestuurders
Gautama Siddharta werd na het verwerven van zijn inzicht boeddha genoemd, ‘ontwaakte’. Kortheidshalve heet hij zelfs dé Boeddha. In de voorstelling van sommige stromingen en scholen die na hem ontstonden, waren er eerder in de geschiedenis andere boeddha’s voorgekomen, van wie Amida er eentje was.

Als begrip is boeddhisme pas in de achttiende en negentiende eeuw in omloop gekomen onder wetenschappers en koloniale bestuurders. In de cultus van verschillende Aziatische landen namen zij gemeenschappelijke patronen waar, maar in werkelijkheid heeft er daarvóór nooit een stroming bestaan die zich boeddhisme noemde.

In onze tijd is boeddhisme in het Westen voor velen synoniem met meditatie. Dit komt door de manier waarop het vanuit Azië is komen overwaaien. Deze zienswijze gaat echter voorbij aan de grote verscheidenheid van boeddhistische scholen en praktijken in Azië.

Volksboeddhisme
Meditatie was van oudsher een activiteit voor gespecialiseerde monniken. De meeste boeddhisten in Azië waren echter leken die in het algemeen niet de mogelijkheid hadden zich langdurig aan meditatie te wijden.

Voor hen bestond boeddhisme uit leven vanuit een aantal praktijken en waarden. Naast het meditatieboeddhisme van sommige monniken bestond er voor leken ook een volksboeddhisme, waarvan het Reine Land-boeddhisme een voorbeeld is. Daarbij komt dat boeddhistische en niet-boeddhistische gebruiken veelal naadloos in elkaar overliepen. Trouw aan één bepaalde levensovertuiging, met uitsluiting van andere, zoals in het Westen, kwam in Azië dan ook niet voor.

< Terug | Verder >

%d bloggers liken dit: