Zen en Reine Land

¾»ÍÁͼ£ºÎ÷·½¼«ÀÖÊÀ½çBevrijding van de cyclus van geboorte en dood lag in de voorstelling van het oorspronkelijke boeddhisme in India voor de meeste mensen pas na vele toekomstige levens in het verschiet. Deze bevrijding vereiste een leven in afzondering, geheel in het teken van persoonlijke zuivering.

In het mahayanaboeddhisme wordt het accent anders gelegd. De mogelijkheid van bevrijding wordt dichter bij de mensen gebracht en krijgt ook een maatschappelijke betekenis. Iedereen deelt in het vermogen om uiteindelijk boeddha te worden. Al in dit leven kunnen mensen de weg naar bevrijding inzetten, waarna zij in volgende levens op deze weg verder gaan en terugkeren als bodhisattva’s (verlichte wezens) om anderen te helpen bij hun bevrijding.

Monastieke training
Zowel Zen als Reine Land zijn loten van dezelfde stam en delen in de mahayanavisie op zin en doel van leven en lijden. Binnen de familie van tradities van Mahayana zijn ze ieder ook een vorm van boeddhisme die zich concentreert op één enkele bevrijdingspraktijk. In Zen is dat de zitmeditatie (zazen), in het Reine Land-boeddhisme de nembutsu.

Maar er zijn ook verschillen. Zen vereiste een intensieve monastieke training met studie onder een leraar, het Reine Land-boeddhisme was een praktijk die iedereen zonder begeleiding kon beoefenen. En Zen gaf in dit leven al uitzicht op het bodhisattvaschap, terwijl het Reine Land-boeddhisme een tussenstap inbouwde; mensen die trouw de nembutsu hadden beoefend, gingen in het volksgeloof na hun dood naar het boeddhaland (een soort hemel) van Amida om eerst daar, als voorbereiding op een volgende wedergeboorte, als bodhisattva in de leer te gaan.

Zuiverheid
Religies hebben overigens vaak iets met zuiverheid en het boeddhisme is daar geen uitzondering op. Denk maar eens aan het taalgebruik van ‘reine’ landen. Niet alleen Amida zou er een hebben, maar tal van andere boeddha’s eveneens. Je wordt, in de voorstelling van het oorspronkelijke boeddhisme, pas boeddha na een proces van persoonlijke zuivering. Boeddha’s zouden om zich heen een gezuiverde sfeer dragen en dat werden in de voorstelling van het doorontwikkelde boeddhisme de Reine Landen (meervoud dus).

Ook in Zen kom je het idee van zuiverheid tegen, bijvoorbeeld in de aanduiding ‘Zuivere Geest’. Met een aantal andere religieuze stromingen afkomstig uit Azië deelt het boeddhisme in de overtuiging dat de werkelijkheid in laatste instantie geestelijk van aard is. De uiterlijke vormen die wij ervaren, komen in het bewustzijn tot stand. Ook de notie van een tocht door opeenvolgende levens wortelt in de overtuiging dat er sprake is van een onderliggende bewustzijnsstroom die het spel van vorm en leegte van voeding voorziet.

Chih-i, een Chinese boeddhist (538-597) die geldt als de stichter van de invloedrijke Tientai-school, merkte op dat, strikt genomen, de geest noch zuiver, noch onzuiver mocht heten. En, als ik zo vrij mag zijn daar iets aan toe te voegen, dan zou je, als de diepste aard van de werkelijkheid inderdaad onbenoembaar is, toch ook tenminste moeten zeggen dat deze ‘noch geest, noch niet-geest’ is.

Laten we het houden op de ‘geest van de leegte’. Woorden en de accenten die je legt, doen er voor de beoefening namelijk iets toe. We moeten ons ervan bewust zijn dat geest in onze cultuur andere associaties met zich mee kan dragen dan in India en China tweeduizend jaar geleden.

< Terug | Verder >

%d bloggers liken dit: